Blogs

Rekolonisatie van de eilanden; met de Knopse slag

Een U-turn – terug in de tijd, WIC-praktijken, moderne rekolonisatie. Zo zijn de voorwaarden voor de 3de tranche aan liquiditeitssteun (leningen) op Curaçao ontvangen door premier Eugene Rhuggenaath en coalitiepartners Suzy Camelia-Römer en Steven Martina. Het is ‘slikken of stikken’ met de voorwaarden van de Koninkrijksministerraad (KMR), oftewel: staatssecretaris van Koninkrijksrelaties Raymond Knops.

“Mark, zo kunnen we niet ademen”

Ook de premier van Aruba, Evelyn Wever-Croes, heeft geen goed woord over voor de eis van Knops dat er een ‘entiteit’ zou moeten komen (nota bene voor alle drie de Caribische landen: Aruba, Curaçao en Sint Maarten), verankerd in, naar verluidt, de voorgestelde consensusrijkswet ‘Rijkswet Hervormingsentiteit Cariben’. De daarin vermelde uitvoeringsorgaan zou gaan bestaan uit drie Europees-Nederlandse leden die eigenhandig over de liquiditeitssteun gaan beschikken en zelf gaan beslissen hoe en wat er ‘hervormd’ (lees: waar er bezuinigd) wordt (Amigoe 7 juli 2020, p.1).

De beoogde entiteit zal een zelfstandig bestuursorgaan (zbo)  worden, dat onder Nederlandse wetgeving valt, en dat alle nog te verlenen financiële steun gedurende minimaal zeven jaar zelfstandig zal beheren, ook op autonome terreinen van de Caribische landen. De minister van Koninkrijksrelaties zal de zbo bovendien aanwijzingen kunnen geven op diverse beleidsterreinen (Amigoe, p.1). Een regelrechte schending van de autonomie der landen.

Voorts zal ook het geld dat beschikbaar gesteld zou worden in het kader van het Groeiakkoord 2019 tussen Curaçao en Nederland onder de nieuwe zbo vallen. Het hard onderhandelde Groeiakkoord wil Nederland met één pennenstreek onklaar maken, terwijl de lening onder de voorwaarden van het Groeiakkoord, volgens Rhuggenaath, cruciaal is om kapitaalinvesteringen in de economie te doen (Amigoe, p.1).

Hubris

De bovenstaande eis duidt op hubris van Nederlandse kant. Men denkt ogenschijnlijk in politiek Den Haag dat een driekoppig orgaan Europees-Nederlandse leden dat, ik neem aan, niet bekend genoeg is met de Antillen, ‘het klusje wel even zal klaren’. Voor de duidelijkheid: één orgaan bestaande uit drie leden om drie verschillende (ei)landen van samen meer dan 300.000 inwoners en een per definitie versnipperde ambtenarenapparaten te ‘hervormen’. Het lijkt wel alsof men in Den Haag denkt met de Caribische Waddeneilanden te maken te hebben.

Moet Den Haag aan zijn ambtelijk falen in de Cariben herinnerd worden? Sint Eustatius (circa 3000 inwoners), sinds 2018 onder curatele en direct bestuur vanuit Nederland, kampt nog steeds met iets simpels als levering van drinkwater… Nu wil men drie landen, samen met meer dan 300.000 inwoners, met drie pietluttige ‘experts’ gaan ‘hervormen’. Tevens staan Curaçao en Sint Maarten sinds 2010 onder financieel toezicht van de KMR krachtens de Rijkswet financieel toezicht Curaçao en Sint Maarten (Rft) die een leenplafond en begrotingsnorm voorschrijft. Al voor 10-10-10 (ontmanteling Nederlandse Antillen) had Nederland middels de krachtens de Rft door hem benoemde voorzitter van het College financieel toezicht (Cft) een meer dan een dikke vinger in de financiële pap van voornoemde eilanden. Heeft dat toezicht tien jaar lang gefaald in het creëren van een gezondere economie? Wat mij betreft wel. Wat zal deze nieuwe entiteit, naast baantjes voor de vriendjes van Knops, leveren?

Geheimhouding en bedenktermijn vier dagen

Niet alleen de inhoud van Knop’s voorstel is kwestieus, ook de manier waarop is discutabel. Normaliter worden de raden van advies van de landen gehoord in alle buitengewone gevallen van gewichtige aard. Dat het voorstel buitengewoon gewichtig van aard is, staat buiten kijf. Toch vraagt Nederland dat de documenten geheim blijven, zelfs voor de Staten en Raden van Advies van de landen. Om daadwerkelijk tot de vereiste consensus voor een consensusrijkswet te komen, dient er een lang onderhandelingsproces aan een besluit vooraf te gaan. Dit is binnen vier dagen onmogelijk. En waarom vier dagen? Omdat op de deadline vrijdag 10 juli de laatste vergadering van de KMR zal plaatsvinden voor het zomerreces. De dames en heren willen met vakantie en lappen de gewichtigheid van het verlies van autonomie aan hun laars. Of is het angst dat, als de draconische eisen wel openbaar zouden zijn, de regeringen van de landen naar huis worden gestuurd door diens Staten als ze akkoord dreigen te gaan? Zo zou Nederland zijn kans immers missen om tot de gewilde consensusrijkswet te komen.

‘Indecent proposal’

“Dit voorstel is in de ogen van de regering volstrekt onredelijk en komt niet overeen met de geest van samenwerking, verankerd in het Statuut”, aldus de Curaçaose regering. Zo komt de uitspraak indecent proposal’ van premier van Sint-Maarten, Silveria Jacobs, ook in de mond van het tot nu toe gematigde kabinet Rhuggenaath. En terecht.

Nieuwe wegen

Mijns inziens wordt het tijd dat de Antillen, in het kader van artikel 36 jo. 38 Statuut (vrijwillige samenwerking), stoppen met het samenwerken met Nederland en dat ze, in plaats daarvan, andere wegen bewandelen. Allereerst moet de Rft – als het moet, eenzijdig – opgeheven worden. Consensusrijkswetten kunnen immers per definitie eenzijdig opgeheven worden; dat iets anders in de Rft geregeld is, doet daar niets aan toe. Vervolgens kunnen de volgende wegen bewandeld worden. Ten eerste via de Verenigde Naties het Koninkrijk dwingen om aan zijn verplichtingen ex artikel 43 lid 2 jo. 51 Statuut (verplichte waarborging/verwezenlijking van fundamentele mensenrechten, onder andere het recht op arbeid en onderwijs) te voldoen. Dit komt neer op het creëren van tijdelijke koninkrijksaangelegenheden die middels medebewind van Aruba/Curaçao/Sint Maarten en het Koninkrijk uitgevoerd zullen worden. Ten tweede via een Koninkrijksfonds, naar voorbeeld van de Wadden- en Gemeentefonds. En ten derde, het verkennen van de UPG-status binnen de Europese Unie. Tal van opties die in de verste verte de autonomie niet schaden zoals de Rft en de beoogde rijkswet dat doen.

Wil jij geen belangrijk juridisch nieuws meer missen?

Abonneer je op de Mr. Studenten nieuwsbrief: elke vrijdag rond de lunch een update van het nieuws van de afgelopen week, de laatste loopbaanwijzigingen en de recentste vacatures. Meld je direct aan en ontvang elke vrijdag de Mr. Studenten nieuwsbrief.

Meld je direct aan >

Over de auteur

Mahatma M. Martinus

Mahatma M. Martinus

Lectori Salutem! Mijn naam is Mahatma M. Martinus (vernoemd naar Mahatma Ghandi). Eerst wat over mijzelf. Op Curaçao geboren en getogen verhuisde ik in 2015 naar Nederland om aan de Universiteit Leiden rechtsgeleerdheid te studeren. Mijn interesse gaat op juridisch vlak uit naar het staats- en bestuursrecht in het algemeen en in het bijzonder, misschien niet verrassend gezien mijn Antilliaanse afkomst, naar koninkrijksrelaties en aangelegenheden. Mijn bachelor-scriptie betrof dan ook het differentiatiebeginsel ten aanzien van de Bes-eilanden met betrekking tot kinderrechten. Vrije tijd probeer ik zo veel mogelijk met lezen te benutten, vakbladen en filosofische werken mijd ik niet.
Op 31 januari 2020 heb ik mijn bachelor afgerond en momenteel volg ik de master Staats- en bestuursrecht. Gedurende mijn studie is mijn interesse in schrijven gestaag gegroeid. Zo tracht ik buiten de studie om zoveel mogelijk te schrijven en ben ik redacteur bij de Leidse Rechtenfaculteitsblad NOVUM Magazine. Schrijven voor Mr. Studenten zie ik dan ook als een uitstekende kans om mijzelf te ontwikkelen en samen met anderen aan (enige) juridische verkenning en verdieping bij te dragen!
Heb je suggesties qua onderwerpen, geïnteresseerd in het ambassadeurschap van Mr. Studenten of interesse om samen iets schrijven? Neem contact met mij op via martinusmahatma@gmail.com.