Blogs

De balans tussen rechterlijke macht en democratie

Alhoewel onze grondwet al meer dan honderdvijftig jaar geleden is aangenomen, blijkt er nog steeds frictie tussen bepaalde personen over de interpretatie hiervan, of beter gezegd, in hoeverre dat zou mogen.

In 2015 stelde de huidige burgemeester van Amsterdam, Femke Halsema, een grondwetswijziging voor, namelijk het uitbreiden van de rechterlijke macht door rechters te laten toetsen aan de grondwet, hetgeen momenteel verboden is krachtens art. 120 GW. Aan de andere zijde van het debat staat Taverne, die juist voorstelt de toetsing aan internationale verdragen in te perken, waarmee dus de rechterlijke macht beperkt wordt. Het probleem is dus welke partij de beste oplossing heeft voor ons kennelijk imperfecte rechtssysteem. Welk voorstel is het meest wenselijk voor ons rechtssysteem en onze democratie? Ten eerste zal de grondslag van de discussie besproken worden. Dat van de autonome en heteronome rechtsvinding, ook wel de levende en dode constitutie. Daarna zal zowel Halsema’s voorstel besproken, als dat van Taverne, over de wenselijkheid voor ons rechtssysteem en de democratie. Als laatste zal een conclusie volgen over de probleemstelling.

De discussie over rechterlijke interpretatie is al sinds de achttiende eeuw een ‘hot topic’ binnen de juridische wereld. In hoeverre zou de persoonlijke opvatting van de rechter mogen meespelen binnen het vonnis? Is dat wel democratisch? Zeker wat betreft de grondwet blijkt hier veel frictie tussen juristen. Dworkin, voorstander van de levende constitutie en de liberale interpretatie, bepleit dat rechters, zeker in speciale gevallen of bij leemte in de wet, moet interpreteren vanuit de moraal. Zowel Posner als Scalia zijn het hier niet mee eens. De heren vinden het ondemocratisch. Voor de grondwet is per slot van rekening gestemd, en voor de rechter niet. Posner stelt dat rechters hierdoor misbruik kunnen maken door hun eigen idealen te realiseren binnen het vonnis. Dworkin reageert hierop dat hij niet verwacht dat de rechter zijn persoonlijke moraal gebruikt, maar eerder de grondwet en jurisprudentie naast elkaar legt en het juiste licht daarop laat schijnen. Als reactie hierop stelt Posner dat dat bij gewone wetgeving een goede methode is, maar dat de rechter hier zich met de grondwet vergaloppeert.

Heteronome rechtsvinding

Binnen deze discussie zijn Wiarda en Montesquieu ook relevant, waar Wiarda indirect de autonome rechtsvinding vertegenwoordigt, liberale interpretatie, doet Montesquieu dat voor de heteronome rechtsvinding. Autonome rechtsvinding geeft de rechter de vrijheid te interpreteren, waarbij heteronome rechtsvinding de rechter bindt aan de wet. Wiarda beschrijft hoe ons huidige rechtssysteem van een heteronome naar een meer autonome rechtsvinding is gegaan. Waar bij het Zutphense waterleidingarrest onrechtmatig gelijk was aan onrechtmatig, bleek er bij het Lindenbaum/Cohen-arrest meer leemte te zijn ontstaan over de betekenis van onrechtmatigheid. Ook het feit dat internationale verdragen krachtens art. 93 GW prevaleren boven de grondwet, en deze verdragen veel interpretatiemogelijkheden voor rechters met zich meebrengen, bewijst zijn punt. Montesquieu vergeleek autonome rechtsvinding met despotisme, wat onze maatschappij zeker niet wil belijden. Heteronome rechtsvinding werd door Montesquieu vergeleken met een republiek, iets wat vergelijkbaar is met onze maatschappij, en dus meer toepassing heeft op ons rechtssysteem. Men zou dus kunnen stellen dat onze maatschappij de heteronome rechtsvinding zou moeten ondersteunen.

Verder naar Halsema’s voorstel. Door haar bestuurlijke incompetentie sinds haar inhuldiging als burgemeester was men wellicht bijna vergeten dat ze er als wetgever ook niet veel van kon. Gezien het feit dat art. 120 van onze grondwet op art. 23 GW na geheel is uitgehold door internationale verdragen waar wel aan getoetst mag worden, kan snel afgedaan worden met haar voorstel. Het is niet de moeite waard om een grondwetswijziging door te voeren om een enkel artikel te mogen interpreteren. Taverne daarentegen verdient wat meer aandacht; de vraag of we de autonome interpretatie moeten inperken is een prangende. Onze maatschappij is gebaseerd op een gezonde balans tussen de drie machten. In dit geval stelt Taverne dat de rechterlijke macht zich doorzet naar de wetgevende macht. Meer autonomie voor de rechter betekent dus minder autonomie voor de burger, oftewel de democratie. Aangezien er tal van mogelijkheden zijn voor burgers om in hoger beroep te gaan, en dus een nieuwe zienswijze te eisen, zou men kunnen stellen dat een autonome rechtsvinding niet schadelijk is voor onze democratie. Autonome rechtsvinding brengt namelijk ook voordelen met zich mee, zeker in bijzondere gevallen en leemte binnen de wet, hetgeen ook beargumenteerd door Fuller. Ook is dit juridisch en politiek gezien een onmogelijke exercitie. Hoon zal Nederland te wachten staan van andere landen als ze art. 93 aan zouden passen, waarbij ons land zijn progressieve en geïntegreerde karakter zou verliezen, waar wij juist zo beroemd om zijn. Het zou millennia kosten om het globaal aan te passen. De bureaucratie alleen al geeft rillingen. Beide voorstellen zijn dus niet wenselijk voor onze maatschappij als geheel.

Concluderend is er dus al sinds de achttiende eeuw een discussie over autonome en heteronome rechtsvinding, een respectievelijk levende en dode constitutie. Waar Dworkin en Wiarda voorstander zijn van liberale interpretatie van de wet, ook de grondwet, zijn Posner en Scalia tegenstander. Dworkin stelt dat de rechter als opdracht heeft jurisprudentie en de wet naast elkaar te leggen, en op de juiste manier moet interpreteren. In hoeverre we de autonomie van rechters moeten uitbreiden, biedt Halsema weinig voor het debat. Art.120 wegpoetsen heeft geen zin, het is een uitgeholde wetsbepaling. Volgens Taverne moeten we de autonomie van rechters juist beperken door art. 93 aan te passen. Zowel juridisch als politiek gezien is dit geen reële oplossing. Ook door verscheidene mogelijkheden van hoger beroep, een andere rechter, dus ook een andere interpretatie, is dit niet noodzakelijk.

 

Wil jij geen belangrijk juridisch nieuws meer missen?

Abonneer je op de Mr. Studenten nieuwsbrief: elke vrijdag rond de lunch een update van het nieuws van de afgelopen week, de laatste loopbaanwijzigingen en de recentste vacatures. Meld je direct aan en ontvang elke vrijdag de Mr. Studenten nieuwsbrief.

Meld je direct aan >

Over de auteur

Sebastian Cornielje

Sebastian Cornielje

Mijn naam is Sebastian Cornielje. Ik doe rechtsgeleerdheid aan de Universiteit Leiden. Vorig jaar heb ik economie gestudeerd in Rotterdam,
en ben daar nog steeds actief bij een investeringsvereniging. In die tijd ben ik ook begonnen met het schrijven van artikelen en nieuwsstukken over de economie, en nu ik van studie ben gewisseld wil ik mij graag verdiepen in de juridische wereld, waar ik de lezers van Mr. Studenten graag bij wil
betrekken.
Verder ben ik actief binnen de almanakcommissie van JFV Grotius, en als redacteur van NOVUM Magazine. Later ben ik van plan als advocaat ondernemingsrecht de haute finance bij te staan op de Zuidas, maar ook strafpleiter lijkt mij een uiterst fascinerend metier.