Blogs

Auteursrecht, ‘Mijn Kamp’ en de liberale Staat

Nu de overheid zich sterk maakt om voor haar burgers te zorgen in crisistijd, blijft haar devies van de autonomie van het individu sterk klinken. Is het niet merkwaardig dat diezelfde liberale overheid naar de juridische trukendoos grijpt om de verkoop van een controversieel werk als ‘Mijn Kamp’ te bestrijden?

Er is zo vaak discussie over het recht van vrije meningsuiting versus beschuldigingen van haatzaaierij of discriminatie dat het als blog-onderwerp enigszins een dooddoener is geworden. Het interessante aan de manier waarop de overheid omgaat met de Nederlandse vertaling van ‘Mein Kampf’ is echter dat er wordt afgezien van een politiek discours ten faveure van een beroep op het auteursrecht. De Staat meent namelijk het auteursrecht te hebben op ‘Mijn Kamp’ en verbiedt langs deze weg de verkoop van het boek. Daarmee is ‘Mijn Kamp’ ook meteen het enige ‘verboden’ boek dat ons land rijk is. Hoe is dat zo gekomen?

De heer Barends, een fervent NSB’er, vertaalde Hitlers werk in het jaar 1939 naar het Nederlands waarna hij het auteursrecht overdroeg aan de uitgeverij De Amsterdamsche Keurkamer, welke werd geëxploiteerd onder een vereniging onder firma door het echtpaar Kettman – eveneens NSB’ers. Meneer Kettman was een fanaticus en besloot in dienst te gaan van het Duitse leger. Dit is hem duur komen te staan. Na de oorlog beriep de Staat zich namelijk op het Besluit Vijandelijk Vermogen, waarin de bevoegdheid ligt besloten beslag te leggen op het vermogen van personen die in vijandelijke dienst zijn getreden, waaronder Kettman en dus diens aandeel in de vof – en daarmee ook het auteursrecht op ‘Mijn Kamp’ – vallen.

Rechtvaardig of niet?

Hiermee rechtvaardigt de Staat zijn verbod op de verkoop van het werk, maar onbetwist is de rechtvaardiging niet. Hoe zit het namelijk met het aandeel van mevrouw Kettman in de vof? De Staat heeft niet haar aandeel in beslag kunnen nemen, dus men zou kunnen stellen dat voor zover het auteursrecht aan mevrouw Kettman toebehoorde, dat recht nu door haar erven met de Staat wordt gedeeld. Daarnaast heeft de Staat, onder dreigend faillissement van de vof, de openstaande schulden van De Amsterdamsche Keurkamer niet uitbetaald, terwijl het wel een claim legt op het auteursrecht van de vof. Dit laatste kan de overheid allicht in mindere mate toegerekend worden aangezien dit zich afspeelde in de naoorlogse wederopbouw. Toch kent dit verhaal genoeg onduidelijkheden om je af te vragen of de Staat dit verbod beter bij wet kan regelen.

Er zijn overigens genoeg argumenten te bedenken waarom het boek wel verkocht mag worden: het vergemakkelijkt wetenschappelijk onderzoek, het ontneemt de allure van de wat mystieke status van ‘verboden werk’, maar nog belangrijker kan gesteld worden dat een verkoopverbod op een werk niet liberaal is. Mijns inziens wil de overheid een (gematigd) censuur toepassen, maar wil liever voorkomen dat het van antiliberaal beleid wordt beticht. Al met al een merkwaardige tegenstrijdigheid. Zoals de Engelsen zeggen: ‘you can’t have your pie and eat it too!’.

 

 

 

Wil jij geen belangrijk juridisch nieuws meer missen?

Abonneer je op de Mr. Studenten nieuwsbrief: elke vrijdag rond de lunch een update van het nieuws van de afgelopen week, de laatste loopbaanwijzigingen en de recentste vacatures. Meld je direct aan en ontvang elke vrijdag de Mr. Studenten nieuwsbrief.

Meld je direct aan >

Over de auteur

Stijn Werkhoven

Stijn Werkhoven

Ik ben Stijn Werkhoven, tweeëntwintig jaar oud en onderhand alweer derdejaars student aan het Utrecht Law College. Drie jaar geleden, na een korte omzwerving bij Farmaceutische Wetenschappen aan de Universiteit Utrecht ben ik na het behalen van mijn propedeuse daar een compleet andere weg in geslagen – namelijk die van het recht. De cultuuromslag was groot, maar het contrast met mijn eerdere studie sterkte mij juist in mijn keuze. Rechtsgeleerdheid is een studie die je de ruimte biedt om ondernemend te zijn en jezelf buiten de collegezalen te ontwikkelen; de keerzijde daarvan is dat alleen het volgen van een juridische studie, naar mijn mening, een student nog geen jurist maakt. Er zijn tal van belangrijke praktische vaardigheden die niet zijn te vervatten in een universitair curriculum, maar gelukkig is er geen tekort aan mogelijkheden om die vaardigheden zelfstandig te ontwikkelen: commissies, pleitgenootschappen, besturen, stages, sportverenigingen en… blogs schrijven. Zelf blijf ik graag op de hoogte van het nieuws en juridische actualiteiten, en het is daarom ook dat ik enthousiast ben om interessante nieuwsfeiten te behandelen en tegelijkertijd schrijfervaring op te doen. Ik kijk er naar uit om elke maand met een boeiend verhaal te komen!

Voor opmerkingen en vragen ben ik te bereiken op s.c.werkhoven@students.uu.nl.